• ANP
  • ANP
  • Cor Mulder
  • Cor Mulder
  • Cor Mulder

Hoogwater 1995: de feiten

CULEMBORG - De hoogwaterperiode begon op donderdag 26 januari 1995 met een fax van het Polderdistrict Betuwe op het gemeentehuis in Ochten. Hierin stond dat de Waalbandijk afgesloten moest worden; er werd een overschrijding verwacht van de waterstand tijdens Kerst 1993. Een dag later werden alle dijkwegen gesloten en 's middag vond een eerste overleg plaats tussen de burgemeesters uit het samenwerkingsgebied Rivierenland. De burgemeester van Tiel fungeerde als voorzitter. Ook vertegenwoordigers van de Polderdistricten Tieler- en Culemborger Waarden en Groot Maas en Waal schoven hierbij aan. Het Polderdistrict Betuwe was niet uitgenodigd.

Tijdens deze bijeenkomst kwam voor het eerst het concept Rampenbestrijdingsplan Hoogwater naar voren. Dat moesten de burgemeesters diezelfde vergadering maar even vaststellen. Gelet op de waterstanden was er op dat moment al sprake van Fase 2 in datzelfde rampenplan. In de praktijk kwam het erop neer dat er terdege rekening werd gehouden met een overstroming of dijkdoorbraak.

De gemeenten uit de Bommelerwaard bleken bij die bijeenkomst te beschikken over geavanceerde kaarten die de te verwachten waterstanden aangaven bij overstromingen. De gemeenten uit de Tieler- en Culemborgerwaarden kregen deze gegevens uit hun gebied nog dezelfde dag. De gemeenten uit het Polderdistrict Betuwe moesten zelf achter hun gegevens aan. Ze belegden op zaterdag 28 januari zelf een vergadering met hun Polderdistrict. Ook werden op deze dag voorbereidingen getroffen voor lokale evacuatieplannen.

Op grond van de te verwachten waterstand van 16,50 meter boven NAP ging op maandag 30 januari fase 3 van het Rampenbestrijdingsplan in. Het Polderdistrict Groot Maas en Waal stond niet langer voor de veiligheid van de zuidelijke Waaldijken in en kort na elkaar besloten de burgemeesters van de gemeenten in de Ooijpolder, het Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard mens en dier te evacueren. Daarna werd besloten om inwoners ten westen van het Amsterdam Rijnkanaal op woensdag te evacueren.

Op dinsdagavond ging er een fax rond dat de dijk bij Ochten steeds meer mankementen vertoonde. Toen deze in de lengte een scheur liet zien van zo'n twintig meter lang die al gauw uitliep tot 200 meter en buitendijks begon af te brokkelen, kwam ook evacuatie van het gebied ten oosten van het Amsterdam Rijnkanaal in zicht.

Onmiddellijk evacueren was noodzaak en militaire bijstand werd ingeroepen. Ochten kreeg voorrang op de evacutie van de Tieler en Culemborgerwaarden. Tegen de avond waren de meeste inwoners vertrokken en 95 procent had eigen vervoer voor mens en dier op eigen houtje geregeld. De regio liep leeg, de vrijwillige brandweer hield een oogje in het zeil. Enkele achterblijvers hielden zich schuil, omdat ze bang waren alsnog uit het gebied te worden gezet.

Op zondag 5 februari was het water weer zover gezakt dat iedereen weer naar huis mocht. De dijken hadden het gehouden. Wel met medewerking van windstil weer. Als er een fikse storm was ontstaan, zou het vast en zeker met een heel ander resultaat zijn afgelopen. Het water stond overal aan de kruin van de dijk, het was een dubbeltje op zijn kant.