Waarom we daar gingen wonen, in Culemborg. Daar vecht toch iedereen met iedereen? Vrienden en kennissen tonen zich bezorgd.

Ik ben dat gewend, verwondering over verhuisplannen. Ooit gingen we van Leeuwarden naar Amsterdam. Plechtig wierp mijn vader de adreswijzigingen in de postbus: Ter Gouwstraat 18, Amsterdam ging het worden. Alle kranten openden de volgende dag met een dramatisch bericht. Op Ter Gouwstraat 16 had een onverlaat een meisje van 17 met een gitaarlint gewurgd. Was hij door het bovenraampje naar binnengeklommen? Of had de hoofdbewoner, een politieman, het zelf gedaan? De kranten smulden.

In Leeuwarden bekeken ze ons meewarig. Zien we jullie ooit nog heel terug? Wat een buurt! Ik ben dus niet bang voor Culemborg. En het is prachtig wonen. Goed, het is wennen: één keer per jaar slaan ze je autoruitje aan diggelen. Daar staat tegenover: Je wordt gratis high door de permanente wietlucht in de steeg. Kortom: een mooie stad. Kerkelijk ook heel interessant. In Noord-Holland, waar wij vandaan komen, geloven ze in bijna niks. Hier in van alles, ook de ongelovigen. En Barbara kwam in mijn leven.

De meeste heiligen hebben zich verkocht aan de commercie. Sint Nicolaas gooit met snoep en maakt onze koters suikerverslaafd. Hij trekt ze op zijn knie en houdt moralistische praatjes. Sint Maarten stimuleert de bedellust van verwende kleintjes. Leer ze weggeven in plaats van zakken vullen Nee, dan Barbara. Bekijk haar plaatje. De ingetogenheid, de sereniteit spat ervan af. Succesvol als beschermheilige tegen ontploffingen lijkt ze niet. Immers, in Culemborg explodeert ongeveer alles. Dat komt: ze is dan gewoon even weg, op heiligenopfriscursus.

We kunnen haar geen moment missen. Toch wordt ze niet altijd goed behandeld. Een of andere hufter - een ander woord is er niet - beweerde, nog wel op een Barbarafestival-avond: wetenschappers hebben ontdekt dat ze nooit heeft bestaan! Hij keek er triomfantelijk bij. De mond valt open. Immers: dat weet toch ieder kind? Alles van waarde bestaat niet. De liefde bestaat niet. De eigen geliefde blijft altijd behelpen. Als het meezit, kom je in de buurt. Adam en Eva hebben ook nooit bestaan. Zij zitten in ieder mens en blijven daarom fascinerend.

Over historie alleen ben je snel uitgepraat. Goddank bestaat God al helemaal niet. Veel triomfantelijke ontdekkers van dat feit heb ik voorbij zien komen. Stel je voor: God moet passen in hun denkraam. Anders bestaat hij niet. Met verbeelding (kunst, gedichten, verhalen) komt je nog het dichtst in de buurt. En in ervaring. Liefde en God bestaan in het onvergetelijke moment van elkaar tegen komen. Ach, een beeldje boven de tussenpoort bestaat. Barbara zelf is te vinden in vastberadenheid, schoonheid en liefde. Beeldenstormers! Er is werk aan de winkel in hoofden van hufters.

Rieks Hoogenkamp