• Jaap Borggreve maakte namens Stichting Redichem De Geeren gebruik van het vijf minuten-inspreekrecht

    Tanja Moody
  • J. Borggreve
  • Jaap Borggreve maakte namens Stichting Redichem De Geeren gebruik van het vijf minuten-inspreekrecht

    Tanja Moody
  • J. Borggreve

'Culemborg onderschat invloed van windmolens in Houten'

CULEMBORG Inwoners vinden de informatievoorziening in Culemborg met betrekking tot de ontwikkelingen rondom Windpark Goyerpark onvoldoende. Waar de Houtense wethouder druk bezig is met informeren, heerst in Culemborg stilte. Daarom maakt Jaap Borggreve namens Stichting Redichem De Geeren gebruik van het vijf minuten-inspreekrecht voor burgers voor hernieuwde aandacht binnen de Culemborgse politiek.

door Tanja Moody

Een afvaardiging (van bewoners) uit Culemborg is onlangs in Houten geweest om in te spreken tijdens het Ronde Tafel Gesprek over de windmolens daar. Het lijkt allemaal ver weg, maar de gevolgen voor de inwoners in Culemborg kunnen aanzienlijk zijn, waarschuwt Jaap Borggreve. Zijn betoog in de raad kwam niet helemaal goed uit de verf, want na vijf minuten was hij pas halverwege. Zijn bijdrage stond dan ook vol met technische inzichten om rekening mee te houden.

,,De bouw van windmolens wijst niet op een betere technologie, maar op de geringe energiedichtheid van wind en daardoor de noodzaak van subsidie. Windenergie is eindig, net als subsidie.'' In Houten (en straks misschien ook in Culemborg) is sprake van vier nieuwe (super)windmolens die twee keer zo groot zijn dan de huidige generatie (150 meter in plaats van 75 meter) met twee keer zo brede wieken (150 meter in plaats van 75 meter). Dat betekent een vier keer zo groot oppervlak van de wieken.

Deze windmolens zijn ontworpen voor gebruik op zee, waar ze op een grotere afstand van elkaar staan en andere eisen aan de constructie worden gesteld. ,,Op zee wonen geen mensen en zijn er dus andere eisen, onder andere voor de geluidsoverlast. Verder is er op zee ruimte genoeg. In Houten staan de vier molens heel dicht bij elkaar omdat de beschikbare ruimte beperkt is. Daarnaast hebben vogels, vleermuizen en insecten geen schijn van kans, die vliegen zich dood. Er zouden vogeltellingen moeten komen. Voor en achter de molens en bij harde wind."

LAWAAI Molens maken lawaai, supermolens maken nog veel meer lawaai, betoogde Borggreve. Hoe groter de molen hoe meer lage tonen, want de wieken draaien langzamer en hebben door hun grotere lengte een lagere resonantiefrequentie. Lage tonen dragen verder en zijn dus verder hoorbaar dan hoge tonen. Dat komt doordat de lucht hoge tonen sterker dempt dan lage tonen. Als er wind is maakt hij een gierend suizend lawaai, doordat de wieken aan de einden met meer dan 300km per uur door de wind snijden, uiteraard luider bij krachtige wind. Het meeste lawaai komt van de wiek die de paal passeert, een harde droge klap, drie keer per omwenteling. Dat zijn lage tonen, infrageluid. Deze lage tonen hoor je niet , maar ze schudden aan je ribben, je maag en je trommelvliezen. Ook de generator en de versnellingsbak maken lawaai.

TRILLINGEN De klap van de wiek zorgt voor een trilling die wordt doorgegeven aan de grond waarin de fundatie is gebouwd. De lichte veengrond bij de N320 kan gemakkelijk in trilling worden gebracht, die het doorgeeft aan de omgeving. Bij Deense en Duitse metingen is vastgesteld dat dit infrageluid door de lucht op 20 km afstand waarneembaar is. Juist lage tonen, onder de 20 Hertz, dragen ver en die afstand is nauwelijks afhankelijk van de windrichting. ,,Sommige mensen hebben er last van, anderen minder. Dat infrageluid staat nergens in de specificaties van de molens''.

INTERFERENTIE Als er meerdere molens naast elkaar draaien, krijg je nog een ander effect: interferentie. Dat is de verschiltoon tussen twee molens die niet op dezelfde snelheid draaien. Die is bijvoorbeeld te horen als een Chinook helikopter overvliegt. De twee rotors maken elk een geluid, daarbij komt een lage toon of een klappend geluid dat wordt veroorzaakt door het verschil in snelheid van die rotors.

FOSSIELE CENTRALE Windmolens geven een sterk variërende elektrische stroom die onbruikbaar is om direct aan de sluiten op een woning. De stroom die geleverd wordt moet gestabiliseerd worden met behulp van een fossiele centrale, die meer stroom levert als de wind eventjes minder wordt en omgekeerd. Dat maakt dat die centrale steeds moet versnellen en vertragen, waardoor hij meer brandstof verbruikt (en daardoor meer CO2 produceert). Zonder die fossiele centrale is een windmolen onbruikbaar. Maar de fossiele centrale staat niet op de rekening van de windmolen.

RAMP Stel het is windkracht 6 - dat is een windsnelheid van 50 km per uur - een flinke wind die als onaangenaam wordt ervaren. Een windmolen, zoals in Houten levert dan bijvoorbeeld 2000 kiloWatt (=2 MegaWatt). Als het windkracht 4 wordt, dat is ongeveer 25 km per uur en dus de helft van de snelheid, levert diezelfde windmolen nog maar een achtste deel van zijn vermogen, dus 250 kiloWatt. De gascentrale die de zaak stabiliseert, heeft dan veel energie nodig om alles stabiel te houden. ,,Dat is de feitelijke ramp. De gascentrales draaien permanent als een auto in stadsverkeer, dat vreet brandstof en dat hoort te worden opgeteld bij de rekening van de windmolen." Om meer energie uit de wind te persen kun je molens alleen maar groter maken.

WINDSTROOM Betere molens dan de huidige, die halen haast 50% van de energie uit de wind, bestaan niet (wet van Betz). Maar het resultaat is dat er minder wind overblijft voor de andere molens, je moet de afstand vergroten om die nog hetzelfde te laten opbrengen. De opbrengst van een molenpark per vierkante meter of kilometer blijft dus ongeveer gelijk. Als het niet waait, is er geen windstroom, de stroom komt dan van de fossiele centrale. Zodra het waait komt er windstroom, maar die is feitelijk overtollig want er was al genoeg stroom. De marktwaarde van windstroom is dus laag. De centrale moet ruimte vrij maken om dat overschot op het net te accepteren. Er is ook een maximum aan dat overschot, de centrale mag niet worden stilgezet, hij moet stand-by blijven draaien.

VERMINDERING WAARDE ONROEREND GOED Inwoners die in de buurt wonen van windmolens, krijgen te maken met een vermindering van de waarde van hun onroerend goed. Als je erg dichtbij woont, heb je naast het lawaai ook last van slagschaduw, iedere paar seconden een schaduw van een wiek. Mensen ervaren het als onplezierig, sommige krijgen zelfs epileptische aanvallen.

FUNDAMENTEN De fundamenten van hoge windmolens hebben een diameter van 28 meter. ,,Dat wil zeggen dat er net niet eentje past op het breedste stuk van de Markt in Culemborg, bij de RK Barbara. Deze fundamenten zijn niet meer te verwijderen. Ze liggen er voor eeuwig." Vandaar dat ze bij voorkeur bij de buren worden aangelegd.

KLIMAAT Verder wordt het klimaat, of het weer, ingrijpend verstoord. Er zijn foto's van windmolens op zee, waar de warme lucht – de laminaire windstroom - achter de molen naar beneden zakt en het vocht in de lucht condenseert tot mist en regen.

Ter afsluiting vertelt Borggreve:,,In Culemborg zijn er ook plannen voor meer windmolens en dat zouden best eens dezelfde kunnen worden als in Houten, want die supermolens brengen meer subsidie op. En daar draait het om! Na 700 jaar stad zijn we niet meer Culemborg aan de Lek, maar Culemborg tussen de molens en dat is een breuk in de geschiedenis van de stad."