• Huibert Boon met een stukje losrails van de TBC-tramlijn.

    R. v.d. Velde
  • Zoelmondse halte.

    Bron Foto Max
  • Halte De Zwaan in Beusichem.

    Bron Foto Max

Unieke vondst in Beusichemse tuin

BEUSICHEM Het is alweer 101 jaar geleden dat de laatste stoomtram Tiel- Buren-Culemborg (TBC) door de westelijke Betuwe reed. De laatste decennia is er door tal van onderzoekers tevergeefs bij het tracé gezocht naar overblijfselen van deze in vergetelheid geraakte tramlijn.

door Richard van de Velde

Tot ieders verwondering bleek onlangs dat bij Huibert Boon van de Beusichemse dorpsvereniging Beusichem Leeft nog een stuk van de losrails wordt gebruikt als grenspaaltje in de tuin. Deze actieve dorpsvereniging heeft het afgelopen jaar een tweetal historische wandelingen uitgezet waarin deze stoomtramlijn centraal staat. Niet alleen oude ansichtkaarten herinneren hier nog aan. In twee trammusea in Hoorn en Ouddorp zijn nog originele TBC-wagons te bewonderen. Veel mensen is het wellicht ontgaan, maar de firma De Ronde heeft de laatste drie jaar zowel in het wegdek op de Havendijk in Culemborg en de Buitenhuizenpoort in Buren, als in het trottoir naast de Smalriemseweg Beusichem met behulp van gekleurde straatstenen en stoeptegels de tramrails zichtbaar in het straatbeeld laten terugkeren.

HISTORIE Op 17 november 1906 wordt het binnenland tussen Tiel en Culemborg uit zijn isolement verlost, als deze TBC-tram gaat rijden van station Tiel via Drumpt, Kerk-Avezaath, Erichem, Buren, Asch, Zoelmond en Beusichem naar station Culemborg.
De tramlijn is enkelspoor en heeft een smalspoorwijdte van 1067mm. De losrails zijn 6 cm hoog en de standaardrails 18 cm. Op de vrije baan gebruikt men veldspoor en in de straten wordt de rails voorzien van contralatten om de wielen te beschermen tegen het plaveisel. In verschillende dorpen worden zij-en wisselsporen aangelegd voor het kruisen van de treinen en het lossen en laden van de goederenwagons.

Het hoofdkantoor, de remise en werkplaats zijn gevestigd in Buren. Van hieruit vertrekken rond 6.45 uur 's morgens de eerste doorgaande trams richting Tiel en Culemborg. Per dag zijn er gemiddeld vijf ritten. De laatste treinen vertrekt van het Tielse Veer en het Culemborgse station tussen 21.30 uur en 22.30 uur. 's Zaterdags rijdt er tot 1914 een speciale tram naar het station van Culemborg, die aansluiting geeft op de 'markttrein' van de Staatsspoor naar Utrecht. Vooral bezoekers van de Utrechtse veemarkt maken van deze verbinding gebruik.
Over een afstand van 24 km. van Tiel naar Culemborg, doet de tram ruim anderhalf uur. Dit is ongeveer 16 km per uur.

RODE VLAG Het materieel bestaat uit vier vierkante stoomtramlocomotieven, die vaak "Stoofjes" worden genoemd. Verder zijn er ook nog zes 14 meter lange 4-assige personenrijtuigen, die zitplaats bieden aan zestien passagiers in de eerste klasse en aan dertig passagiers in de tweede klasse. Vervolgens twee postbagagewagons, waarin naast de post ook de stukgoederen worden vervoerd. Tenslotte drie gesloten en tien open goederenwagons, waarop op de zij-en kopwanden veehekken kunnen worden geplaatst, voor het vervoer van koeien en paarden. De voertuigen hadden een teakbruine kleur.
De conducteur heeft het erg druk, want behalve dat hij zorg draagt voor het laden en lossen van het stukgoed en controle van de plaatsbewijzen, moet hij op gevaarlijke punten van het traject ook met een rode vlag vooruitgaan.

In het lintdorp Zoelmond maken jongens er een sport van aan het begin van het dorp achterop de tram te wippen en tot aan het einde van het dorp mee te rijden. Een gevaarlijke liefhebberij, want Otto Vermeulen uit Culemborg en Willem van Bentem uit Zoelmond komen hierdoor om het leven, doordat ze tussen de postwagen en het eerste rijtuig op een treeplank klimmen, eraf vallen en onder het volgende voertuig terecht komen. Andere kinderen verliezen op deze wijze benen en tenen en waren voor het leven getekend.
In januari 1914 komt conducteur Thijssen uit Buren om het leven als de locomotief omslaat en hij gloeiende stoom over zich heen krijgt.

Vanuit de Weithusen bij Culemborg komt de tram door de weilanden aan bij de Smalriemseweg, net voor het huis De Oude Assche. Iets verderop ligt bij de tegenwoordige Delsteeg de eerste stopplaats met de bloemrijke naam Pannenbuurt. De conducteur vindt hier meestal even gelegenheid zijn brood te eten, want vastgestelde schafttijden zijn er in die dagen niet.
Net voorbij het café Laatste Stuiver, waarvan tegenwoordig bij Landbouwmachinehandel De Moreé alleen de achterzijde nog te zien is, ligt vierhonderd meter verderop de halte 't Veer. Vanaf hier loopt een weg naar het Veerhuis.

Dan gaat de rit verder via de Smalriemseweg naar Hotel de Zwaan op de Markt in Beusichem. Hier was de wachtkamer c.q. rustpunt, waar het trampersoneel zich in de zomer vaak tegoed doet aan een koud glas bier.

Vanaf de Markt vervolgt route zich via de Beneden Molenweg. Tussen het vml. stadhuis op de Markt en De Wielstraat is er een passeerstuk en een losspoor voor de goederenwagons. Vervolgens gaat de tram langs de begraafplaats naar de halteplaats 'Bij de molen', op het grondgebied van Zoelmond.

Daarna wordt bij het agentschap Van Dijk ook even halt gehouden om vervolgens 250 meter verderop even te stoppen op Het Plein in Zoelmond. Daar is ook een kort losspoor pal voor de kerk.

HET EINDE In 1907 vervoert de tram bijna 114.000 reizigers. Daarna neemt het aantal reizigers af en het goederenvervoer toe. In het topjaar worden 50.000 kilo kersen, 700.000 kilo hard fruit, 6000 melkbussen, 1200 stuks vee en zes miljoen kilo beetwortel vervoerd.

In de jaren erna blijven zowel het reizigers- als het goederenvervoer ver beneden de verwachting. Veel boeren brengen hun producten met de tram naar de markt in Culemborg of Tiel en gaan dan lopend terug. Een retour Beusichem-Culemborg kost 25 cent en een enkele reis 17½ cent. Door terug te lopen verdient men dus 7½ cent! Niet zo vreemd, omdat het gemiddelde weekloon in die dagen zes gulden bedraagt.
Teruglopende klandizie en de Eerste Wereldoorlog is door de duurdere steenkool de genadeslag voor de TBC-tram en de dienst wordt met ingang van 3 maart 1918 gestaakt.

De NV Fabrieken van Spoorwegmaterieel v/h Orenstein & Koppel uit Amsterdam koopt het rollend materieel, de gebouwen en de rails op. Dit bedrijf neemt ook de verplichting op zich om alle straten en wegen weer in de oude staat terug te brengen.

De locomotieven worden verkocht aan trammaatschappij 'Oostelijk Groningen' en de rijtuigen gaan naar de RTM in Rotterdam. Vier van de rijtuigen van de TBC-tram zijn gerestaureerd en nog steeds te bekijken in het Museum Stoomtram Hoorn-Medemblik. Van tijd tot tijd wordt er nog mee gereden. Op dit moment wordt er één gerestaureerd en Beusichem Leeft is één van de kleine sponsoren. Deze actieve organisatie krijgt daarvoor als dank een originele treeplank cadeau.

De tramrails wordt grotendeels verkocht aan de Limburgse mijnen en daar gebruikt als stut. De remise in Buren wordt omgebouwd tot een weverij. Tegenwoordig is er op die plaats een B&B met een theetuin met dezelfde naam. Van al deze opbrengsten kunnen alle schulden ruimschoots worden afbetaald.

WANDELROUTE Dat Beusichem en Zoelmond een rijke historie hebben, kan men nu ook zelf ervaren, dankzij twee prachtige interactieve wandelroutes die door Beusichem Leeft zijn uitgezet. Op maandagavond 15 april wordt om 20.00 uur in de NH-kerk in Beusichem, officieel het startsein voor deze routes gegeven met een korte lezing met beelden en een tentoonstelling van unieke foto's van zowel de TBC-lijn als andere bezienswaardigheden die op de routes te bewonderen zijn. Download op de mobiel de App izi.travel, zoek op 'Beusichem' en volg de instructie. Op het moment dat de wandelaar een historisch gebouw of punt nadert, volgt meteen per stem een korte uiteenzetting.

Wie nog over aanvullende informatie of foto's beschikt, kan contact opnemen met Richard van de Velde, 0345-502583, r.velde@hetnet.nl.